Abeos
  1. Uitzendbureau voor vakmensen
  2. Kennisbank
  3. Verschillen in werkcultuur

Verschillen in werkcultuur

Hoe je beter samenwerkt met Poolse en andere Oost-Europese medewerkers

Werkcultuur zie je vaak pas als het schuurt. Een medewerker zegt “ja”, maar voert de taak anders uit dan je verwacht. Een leidinggevende vraagt om meer initiatief, maar krijgt stilte terug. Een teamleider geeft directe feedback, terwijl de medewerker zich aangevallen voelt. In veel Nederlandse bedrijven gebeurt dit niet omdat mensen niet willen samenwerken, maar omdat ze andere werkregels hebben geleerd.

Zeker in teams met Poolse en andere Oost-Europese medewerkers zie je dit regelmatig. Niet omdat “Nederlanders zo zijn” en “Polen zo zijn”, maar omdat mensen uit verschillende werkomgevingen komen. In Nederland sturen bedrijven vaak op zelfstandigheid, overleg en directe communicatie. In Polen en delen van Oost-Europa is de werkcontext gemiddeld vaker hiërarchischer: de leiding geeft duidelijke instructies, rollen zijn scherper verdeeld en medewerkers wachten eerder op een concrete opdracht. Dat verschil is niet goed of fout. Het vraagt vooral om duidelijk management.

 Hoe je beter samenwerkt met Poolse en andere Oost-Europese medewerkers

De Nederlandse werkvloer: informeel, direct en zelfstandig

In Nederlandse bedrijven krijg je vaak snel verantwoordelijkheid. Je manager verwacht dat je meedenkt, vragen stelt en aangeeft als iets niet lukt. Je spreekt collega’s en leidinggevenden makkelijk met de voornaam aan. Feedback komt meestal direct. Soms in één korte zin: “Dit moet anders.” Dat klinkt voor Nederlandse medewerkers vaak normaal en efficiënt.

Ook de balans tussen werk en privé speelt een grote rol. Nederland heeft een sterke deeltijdcultuur. Volgens het CBS werkten er in het eerste kwartaal van 2026 ongeveer 4,8 miljoen mensen in deeltijd en 5,0 miljoen in voltijd. Dat laat zien hoe normaal parttime werken hier is.

Voor veel Nederlandse werkgevers hoort zelfstandigheid bij goed werknemerschap. Je ziet iets, je meldt het. Je weet iets niet, je vraagt het. Je hebt een idee, je brengt het in. Maar dat is niet overal vanzelfsprekend. Wat jij ziet als initiatief, kan iemand anders zien als buiten je rol treden. Daardoor blijft waardevolle input soms onuitgesproken, niet uit onwil, maar uit voorzichtigheid.

De Poolse en Oost-Europese werkcontext: duidelijkheid, rolvastheid en respect voor leiding

Poolse en andere Oost-Europese medewerkers zijn vaak gewend aan een duidelijkere aansturing. De leiding bepaalt de richting, legt uit wat er moet gebeuren en neemt besluiten. Medewerkers tonen professionaliteit door afspraken na te komen, hard te werken en instructies goed uit te voeren.

Dat betekent niet dat Poolse medewerkers geen zelfstandigheid willen. Het betekent wel dat zelfstandigheid vaak anders wordt opgebouwd. Eerst wil iemand weten: wat zijn de regels, wie beslist, wanneer mag ik zelf handelen en wanneer moet ik overleggen?

Ook het verschil in werktijdcultuur speelt mee. In Polen werkte volgens Statistics Poland in het tweede kwartaal van 2024 93,2% van de werkenden voltijd en 6,8% parttime. Het gemiddelde aantal gewerkte uren in de hoofdjob was 38,2 uur per week. Dat is een ander vertrekpunt dan in Nederland, waar deeltijd veel normaler is.

Als je deze verschillen niet benoemt, ontstaan er snel verkeerde conclusies. Een Nederlandse leidinggevende denkt: “Ze tonen weinig initiatief.” De medewerker denkt: “Ik wacht op duidelijke instructie, want dat is professioneel.” Beide partijen handelen logisch vanuit hun eigen ervaring.

Waar het vaak misgaat

De eerste misser is denken dat een “ja” altijd betekent dat iemand het echt begrijpt. Stigas adviseert werkgevers om medewerkers een instructie te laten nadoen, juist omdat in sommige culturen “nee” zeggen onbeleefd kan voelen. Begrip toets je dus niet met de vraag “snap je het?”, maar door iemand te laten voordoen of in eigen woorden te laten uitleggen wat de bedoeling is.

De tweede misser is feedback geven zonder rekening te houden met context. Nederlandse directheid werkt goed als er vertrouwen is. Maar in de eerste weken kan dezelfde directheid hard binnenkomen. Zeker als iemand de taal nog niet goed spreekt, net in Nederland is, afhankelijk is van werk of huisvesting, of niet precies weet wat zijn rechten zijn.

De derde misser is verwachten dat mensen vanzelf de ongeschreven regels leren. Nederlandse bedrijven hebben veel van die regels. Denk aan op tijd ziekmelden, pauzes nemen volgens afspraak, veiligheidsrisico’s melden, een teamleider tegenspreken als iets onveilig is, of zelf vragen stellen als je twijfelt. Voor jou voelt dat normaal. Voor iemand die een andere werkcultuur gewend is, zijn dit regels die je expliciet moet uitleggen.

Taal is geen detail, maar een veiligheidsfactor

Taalverschillen raken niet alleen de samenwerking, maar ook de veiligheid. De SER adviseert om instructies te vertalen als medewerkers de voertaal onvoldoende begrijpen. Daarbij waarschuwt de SER ook dat schriftelijke vertaling niet altijd genoeg is: bij beperkte leesvaardigheid werken mondelinge instructie, beeldtaal en pictogrammen soms beter.

Dat is belangrijk. Een veiligheidsinstructie die iemand niet begrijpt, is geen instructie. Een medewerker die uit beleefdheid knikt, is nog niet veilig ingewerkt. En een team waarin mensen geen vragen durven stellen, loopt meer risico.

Goede werkgevers maken daarom gebruik van meertalige voormannen, buddy’s, korte instructievideo’s, pictogrammen en herhaalde uitleg. Niet als extra service, maar als onderdeel van normaal leidinggeven.

Wat jij als werkgever concreet kunt doen

Begin vóór de eerste werkdag. Stuur informatie in begrijpelijke taal over werktijden, loon, ziekmelding, pauzes, veiligheid, vervoer en contactpersonen. Leg niet alleen uit wat iemand moet doen, maar ook hoe jullie samenwerken.

Op de eerste werkdag werkt een kleine groepsintroductie vaak beter dan een lange informatiesessie. Laat iemand de werkplek zien. Koppel nieuwe medewerkers aan een buddy die de taal of cultuur goed begrijpt. Herhaal belangrijke informatie na een paar dagen, want op dag één komt er te veel tegelijk binnen.
Maak verwachtingen concreet. Zeg niet alleen: “Je mag initiatief tonen.” Zeg liever: “Als je ziet dat deze machine hapert, stop je direct en bel je de teamleider. Als je ziet dat de voorraad bijna op is, mag je dat zelf aanvullen. Als je twijfelt, vraag je het eerst.” Zo maak je zelfstandigheid veilig en duidelijk.

Geef feedback één-op-één, zeker in het begin. Benoem gedrag, niet karakter. Zeg: “Deze stap is overgeslagen, daardoor ontstaat risico,” in plaats van: “Je let niet goed op.” Vraag daarna wat iemand nodig heeft om het de volgende keer goed te doen.

Behandel vaste medewerkers en flexkrachten gelijkwaardig. Stigas benoemt dat het onnodig vergroten van verschillen tussen uitzendkrachten en vaste medewerkers kan bijdragen aan ongewenst gedrag. Betrek internationale medewerkers dus ook bij overleg, teammomenten, veiligheidsrondes en verbeteracties.

Download cultuurwerkkaart

De rol van de leidinggevende

De leidinggevende maakt het verschil. Niet met grote cultuurtrainingen, maar met dagelijks gedrag. Ken de namen van je mensen. Vraag actief of iets duidelijk is. Laat zien dat vragen stellen normaal is. Reageer rustig als iemand een fout meldt. Leg uit waarom een regel bestaat.

Voor Nederlandse managers voelt dit soms als extra werk. Toch bespaar je tijd als je verwachtingen vroeg duidelijk maakt. Je voorkomt fouten, misverstanden, uitval en irritatie in het team.

Een goede leidinggevende combineert duidelijkheid met respect. Je hoeft je Nederlandse manier van werken niet los te laten. Je moet haar alleen beter uitleggen. Zeg letterlijk: “Bij ons is het normaal dat je vragen stelt. Ook aan je leidinggevende. Dat zien we niet als lastig, maar als professioneel.” Daarmee maak je een impliciete norm expliciet.

Van cultuurverschil naar sterker team

Cultuurverschillen worden pas een probleem als je ze negeert. Als je ze bespreekbaar maakt, kunnen ze juist waarde toevoegen. Nederlandse teams brengen vaak openheid, zelfstandigheid en overleg. Poolse en andere Oost-Europese medewerkers brengen vaak loyaliteit, vakmanschap, discipline en een sterke werkhouding. De combinatie werkt goed als iedereen weet wat er verwacht wordt.

Daarom ligt de oplossing niet in stereotyperen, maar in structureren. Maak afspraken zichtbaar. Toets begrip. Herhaal instructies. Geef feedback met respect. Bouw zelfstandigheid stap voor stap op. En zorg dat mensen weten waar ze terechtkunnen als ze iets niet begrijpen.

Dan verandert de vraag. Je vraagt niet meer: “Waarom doen zij niet zoals wij?” Je vraagt: “Hebben wij duidelijk genoeg gemaakt hoe we hier werken?”

- gepubliceerd op 03.06.2026

Abeos Dylan Oomkens

Minder verloop en meer rust

Dylan Oomkens Accountmanager

“Nederlandse werkgevers denken vaak dat duidelijkheid vanzelf spreekt, terwijl Poolse en andere Oost-Europese medewerkers juist willen weten: wie beslist, wat zijn de regels, wat mag ik zelf doen en waar kan ik terecht als ik iets niet begrijp? Zodra dat helder is, zie je vaak veel inzet, loyaliteit en vakmanschap terug.”

Kennisbank

Meer over cross border services
 Hoe je beter samenwerkt met Poolse en andere Oost-Europese medewerkersKennisartikel

Hoe je beter samenwerkt met Poolse en andere Oost-Europese medewerkers

Werkcultuur zie je vaak pas als het schuurt. Een medewerker zegt “ja”, maar voert de taak anders uit dan je verwacht. Een leidinggevende vraagt om meer initiatief, maar krijgt stilte terug. Een teamleider geeft directe feedback, terwijl de medewerker zich aangevallen voelt.

Klant case ten cate grassKlantcase

26 uitzendkrachten in 4 maanden voor Ten Cate Grass

Ten Cate Grass wilde door. Alleen: de bezetting liep niet stabiel genoeg. De samenwerking met een andere partij beviel niet en op de werkvloer was het te vaak improviseren. Dan kun je nog zo’n strakke planning hebben, als je mensen mist, staan lijnen stil.